Hersengolven bij ADHD

Wanneer mensen te maken hebben met bepaalde klachten dan zien we vaak dat de hersenen anders werken dan wanneer je geen klachten hebt. Zo weten we dat het brein bij mensen met AD(H)D andere hersengolven dan bij mensen die deze diagnose niet hebben. In dit artikel zullen we je uitleggen wat het verschil is in de werking van het brein van mensen met AD(H)D en zonder AD(H)D.

Laten we beginnen bij hoe ons hersenen werken

Onze hersenen zijn ingenieus, bijzonder en erg complex. Om te begrijpen wat het verschil is in de werking van het brein van mensen met AD(H)D en zonder AD(H)D is het goed om eerst te weten hoe het brein eigenlijk werkt.

Hoe het precies werkt en wat we er tot nu toe van weten, is niet in één artikel uit te leggen. Daar kan je boeken over schrijven. We zullen je daarom in een notendop uitleggen wat er in de hersenen gebeurd.

Neuronen

Onze hersenen bestaan uit miljarden neuronen, ook wel zenuwcellen genoemd. Deze zenuwcellen communiceren met elkaar door middel van elektrische geleiding. Via elektrische stroompjes (impulsen) communiceren de hersenen met de rest van het lichaam. Zij kunnen impulsen zenden, wat een bepaalde actie tot gevolg heeft (bijvoorbeeld het bewegen van een lichaamsdeel).

Daarnaast kunnen de hersenen ook impulsen ontvangen (prikkels). Deze prikkels voorzien de hersenen van informatie en kunnen de hersenen ertoe aanzetten om actie te ondernemen. Ze communiceren daarbij middels chemische stoffen, ook wel neurotransmitters genoemd.

De communicatie tussen de zenuwcellen verloopt middels verschillende hersengolven (impulsen die afgegeven worden). Deze hersengolven kunnen variëren van snel tot langzaam. De frequenties van deze impulsen (het aantal impulsen per seconde) worden ook wel hersengolven genoemd.

Deze hersengolven zijn in een aantal groepen te verdelen: de bèta-, alfa-, theta-, delta- en gamma-golven en SMR.

In de hersenen zijn drie hoofdgebieden te onderscheiden: de voorhersenen, de middenhersenen en de achterhersenen. Deze hersendelen bestaan uit verschillende structuren en systemen die zo hun eigen functie hebben. Deze gebieden zijn eigenlijk weer kleinere netwerken van neuronen met hun eigen taak (taken). Er zijn vele connecties tussen de hersendelen.

Zo weten we dat de frontaalkwab (het voorste deel van de hersenen) onder andere betrokken is bij gedrag en emotie regulering, planning, werkgeheugen en concentratie en dat de frontaalkwab weer connecties heeft met de pariëtaalkwab (aan de achterzijde van het brein).

De hersenen bij AD(H)D

Er is de afgelopen decennia veel onderzoek gedaan naar ADHD en de werking van het brein. Met name beeldvormend onderzoek of wel neuro-imaging onderzoek (zoals bijvoorbeeld fMRI, PET, MEG en EEG) is hierbij interessant. Op die manier kan de werking van het brein goed in kaart gebracht worden.

Uit EEG onderzoek blijkt dan ook dat er bij AD(H)D in de meeste gevallen sprake is van een onderactief brein. Vaak vinden mensen het vreemd om te horen dat er onderactivatie is, waarbij er sprake is van een overmaat aan trage hersengolven. Hoe kan het zo zijn dat er met zo’n druk hoofd zo weinig activiteit is?

We zullen je uitleggen hoe dat werkt. Deze onderactivatie, waarbij er sprake is van een overmaat aan trage hersengolven zien we bij mensen met AD(H)D name in de frontaalkwab. Dit is het hersengebied die betrokken is bij onder andere concentratie, planning, gedrags en emotie regulatie.

Er wordt in de meeste gevallen in dit gebied een overmaat aan theta en alpha activiteit waargenomen. Dit zijn trage hersengolven en dat betekent dat er minder activatie is in dit deel van het brein en het als het ware in een ‘slaperige’ stand staat. Theta activiteit komt voor tijdens dagdromen en doezelen.

Als je goed geconcentreerd bent dan zijn je hersenen actiever en zien we meer beta in plaats van theta activiteit. Er is dus minder alertheid en activatie in het brein die nodig is om goed je aandacht bij een taak te houden en in het ‘hier en nu’ te zijn.

Hoe komt het dan dat mensen met AD(H)D vaak drukte in het hoofd ervaren en fysiek onrustig zijn? Het drukke gedrag wordt enerzijds verklaard vanuit compensatoir gedrag, waarbij men het brein ‘wakker probeert te houden (dit zie je ook bij kleine kinderen die op het einde van de dag drukker worden, dan ontstaat er door vermoeidheid meer trage hersengolven in het brein), anderzijds zorgt een tekort aan de neurotransmitters dopamine en noradrenaline voor een verminderde rem – en filterfunctie.

Bij mensen met AD(H)D is er weinig filtering van prikkels. Het is dan moeilijker om de aandacht voor iets vast te houden, omdat je er veel afleiding is van omgevingsprikkels. Ook zien we dat interne prikkels zoals gedachten vaak de aandacht vragen en voor afleiding zorgen. De verminderde remfunctie kan ook zorgen voor impulsiviteit en motorisch onrustig gedrag.

Met de leeftijd komt er steeds meer het besef dat bepaald gedrag niet altijd even handig is of dat de afleidbaarheid zorgt voor veel onrust en verminderde prestaties. Vaak geven mensen met AD(H)D aan wel te weten wat ze beter anders kunnen doen en wat beter voor hen zou zijn.

Het is echter lastig dit in uitvoering te brengen, zolang het brein onvoldoende in staat is om op een andere manier prikkels en informatie te verwerken en daarmee emoties en gedrag te reguleren en executieve functies te verbeteren.

De meest effectieve aanpak van klachten lijkt dan vanuit deze optiek ook vooral op neurologisch vlak te zitten.


Deze bijdrage over hersengolven is geschreven door Ilse Mennen. Afgestuurd als Neuropsycholoog aan de universiteit van Maastricht en is eigenaar van BrainNetwork.nl.