ADHD en ODD: de verschillen

ADHD en ODD

Als we het hebben over ADHD, dan wordt vaak gezegd dat het een autismespectrumstoornis is. Dit is niet helemaal correct. Het is een neurobiologische stoornis waarbij er een sterk vermoeden is dat genetisch-biologische factoren een belangrijke rol spelen. Daarnaast bestaan er nog een aantal andere stoornissen die wat betreft de symptomen veel gelijkenissen hebben. Denk aan ADD, maar ook ODD. Met name die laatste wordt nogal eens verward met ADHD.

ADHD en ODD

Ongeveer 40 procent van de kinderen met een aandachtstekortstoornis (ADHD of ADD) heeft ook een oppositionele opstandige stoornis (ODD) of een gerelateerde gedragsstoornis. Een oppositioneel opstandige stoornis (ODD) is vaak te herkennen aan een overdreven grote hoeveelheid agressiviteit en de neiging om opzettelijk anderen lastig te vallen en te irriteren. Hoewel iedereen van tijd tot tijd agressief of irriterend richting anderen kan zijn, is het niet altijd zo dat er sprake is van ODD. Om dergelijke gedragingen te kunnen classificeren als ODD, moet er duidelijke sprake zijn van een patroon van negativistisch, vijandig en uitdagend gedrag. Dit moet bovendien minstens zes maanden of langer voortduren.

Het verschil tussen ADHD en ODD

Niet alle kinderen met het Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD of ADD) komen in aanmerking voor de diagnose ODD. De percentages zijn echter hoog. Uit sommige onderzoeken komen onderzoekers zelfs tot de conclusie dat 65 procent van de kinderen met ADHD, ook een uitdagingsstoornis zoals ODD hebben. Een recent onderzoek onder 600 kinderen in de leeftijd van 7 tot 9-jaar, liet zien dat ruim 40 procent gedrag liet zien wat gekwalificeerd kan worden als ODD. In 15 procent van de gevallen, 1 op 7 dus, was er sprake van nog meer serieuze gedragsstoornissen.

ADHD en ODD

Wanneer is er sprake van ODD

Zoals uit bovenstaande blijkt, is er pas sprake van ODD als er is voldaan aan belangrijke voorwaarden. Zo moet de betrokkene een patroon van negativistisch, vijandig en uitdagend gedrag laten zien. In nagenoeg alle gevallen is er in de kinderjaren sprake van dergelijk sterk afwijkend gedrag. De gedragingen dienen daarnaast minstens zes maanden aan te houden. Kenmerkende eigenschappen hierbij zijn de volgende:

  • verliest vaak zijn geduld
  • maakt vaak ruzie met volwassenen
  • gaat vaak actief in tegen (normale) verzoeken of regels van volwassenen of weigert deze na te leven
  • ergert mensen vaak opzettelijk
  • geeft anderen vaak de schuld van zijn of haar fouten of wangedrag (externaliseren)
  • is vaak lichtgeraakt of raakt geïrriteerd door anderen
  • is vaak boos en verontwaardigd
  • is vaak hatelijk of wraakzuchtig

ODD is niet altijd blijvend van aard

Alhoewel ODD bijzonder belastend kan zijn voor de omgeving, is het niet zo dat dergelijke gedragingen blijvend zijn. Het lijkt er juist op dat sommige kinderen bepaalde aspecten van ODD kunnen ontgroeien. Een uitdagende tiener kan bijvoorbeeld uitgroeien tot een meer evenwichtig persoon die ook makkelijk in de omgang kan zijn. Andere gedragingen kunnen echter blijvend van aard zijn. Een agressieve tweejarige zal bijvoorbeeld ook op latere leeftijd agressief gedrag kunnen tonen.

Opvoeden van een kind met ODD

Als er sprake is van ODD doordat een arts dat heeft vastgesteld, dan is vaak de vraag je daar als ouder het beste mee om kunt gaan. In veel gevallen verschilt de manier van omgaan en opvoeden van een kind met ODD niet zo heel veel van de opvoeding van een kind met ADHD:

  • Richt de aandacht altijd op de positieve punten. Geef het kind complimenten en beloon de positieve gedragingen, bijvoorbeeld wanneer het je kind zich flexibel opstelt of meewerkt. Let dus op de “kleine overwinningen”.
  • Leer jezelf te beheersen. Neem een ​​time-out of pauze als je op het punt staat het conflict met je kind te verergeren.
  • Maak duidelijke keuzes en wees volhardend. Aangezien een kind met ODD moeite heeft om de machtsstrijd te vermijden, moet je als ouder prioriteit geven aan de dingen die je wilt dat je kind doet.
  • Stel redelijke, leeftijdsgebonden limieten op met consequenties die hanteerbaar zijn. Weersta de verleiding om het kind te zachtmoedig tegemoet te treden.
  • Denk niet te snel dat je de klus wel ‘even’ kunt klaren. Je bent namelijk niet de enige met een kind met ODD. Schaam je niet om hulp te vragen of om advies in te winnen van professionals zoals leerkrachten en coaches. Wees ook niet te beroerd om mogelijke adviezen van je partner aan te nemen. Twee weten immers meer dan een.
  • Voorkom een ​​burn-out. Alhoewel een kind met ODD veel tijd vraagt, moet het geen excuus zijn om je leven volledig stil te zetten. Neem dus ook tijd voor jezelf.